4 key take aways van de masterclass burgerparticipatie met VVSG

Burgerparticipatie. Het “modewoord” van heel wat nieuwe beleidsploegen in de 300 Vlaamse steden en gemeenten. Geen nieuw begrip, maar wel een recente trend die vertaald moet worden naar de praktijk. En aangezien 2019 het eerste jaar is van een nieuwe legislatuur, waarin het meerjarenplan opgesteld wordt voor de komende zes jaar, gaan heel wat steden en gemeenten enthousiast aan de slag met onder andere “toekomst avonden” en digitale participatie platformen.

Om ervaringen en expertise uit te wisselen bracht de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) een tiental lokale besturen bij elkaar voor een masterclass participatie. De interactieve voormiddag draaide rond 3 focusvragen.

  1. “Welke 3 doelstellingen wil je zeker gerealiseerd hebben tegen het einde van de legislatuur?”
  2. “Hoe creëer je draagvlak om die doelstellingen te bereiken?”
  3. “Met welke partners ga je in zee om je doelen te realiseren?”.

Onze collega Peter, tevens schepen van burgerparticipatie in Kinrooi, was er bij. We zetten de vier belangrijkste learnings even op een rijtje!

1. Eigenheid: Oostende is Peer niet

De antwoorden op de drie vragen waren divers en dat hoeft niet te verbazen. De eigenheid van een gemeente of stad en de reeds bestaande ervaring met burgerparticipatie bepaalt voor een groot stuk hoe de aanwezige schepenen naar de invulling van participatie kijken.

Een gemeente die al een eerste succesverhaal op het vlak van participatie achter de rug had, dacht hardop na over hoe ze intern structuur konden geven aan de participatieve manier van werken. Belangrijke nuance: zonder het te betonneren. Een organisatie leert immers bij van elk participatietraject, en ook de methodieken zelf evolueren.

De eigenheid van een gemeente en de reeds bestaande ervaring bepaalt grotendeels de invulling van lokale inspraak.

2. Expectation management: intern en extern

Enkelen hadden ook al een minder positieve ervaring met inspraak achter de rug. Voor hen was het duidelijk: de eerste prioriteit is expectation management. Het beheren van de verwachtingen van politiek, administratie én burgers blijkt dus een belangrijke voorwaarde voor succesvolle participatie.

De meer ervaren schepenen ondervonden ook dat je best zo vroeg mogelijk in het project de burgers betrekt en dat het geen sinecure is om alle doelgroepen te bereiken. De schepenen van gemeenten die nog op zoek waren naar hun eerste succeservaring rond burgerparticipatie, spitsten de oren.

Verwachtingen beheren bij politiek, administratie én burgers is essentieel voor een succesvol participatie traject.

3. On- en offline: op zoek naar complementariteit

Vrijwel elke aanwezige schepen bleek nog zoekende op het vlak van online participatie. Dit was een opvallende rode draad gedurende de hele sessie. Hooguit had men al eens onderzoek gedaan naar de mogelijkheden of naar mogelijke bureaus voor begeleiding. Vele gemeenten zien ‘online’ als een ‘volgende stap’ in het ‘participatie-leertraject’.

De complementariteit van on- en offline methodieken was voor heel wat aanwezigen een mooie eye-opener en learning. Net zoals de kracht om met een online-offline methode een groter én breder bereik te creëren.

4. Al doende leert men

“Eerst wandelen, dan lopen”, had ook de titel van deze paragraaf kunnen zijn. Na de masterclass waren de schepenen het eens dat burgerparticipatie een kwestie is van ‘learning by doing’, of ‘al doende leert men’.

Duidelijk afgebakende projecten blijken dus een ideale leerschool zijn om participatie in te bedden in de organisatie, er zijn heel wat collega’s om ervaringen mee uit te wisselen en natuurlijk partners om het (leer-)traject te ondersteunen.

Één of enkele afgebakende projecten zijn een ideale leerschool om participatie in te bedden in de organisatie.