Hoe omgaan met een moeilijk leesbaar signaal van de kiezer?

De hoogdag van de democratie is weer voorbij. Verkiezingen blijven een bijzondere gebeurtenis. Een dag waarop zoveel mensen deelnemen aan onze democratie. Sommige om te tonen dat ze er eigenlijk helemaal niets van moeten, andere omdat ze geloven dat de oplossingen van de ene partij beter zijn dan die van de andere. Het is een periode waarin héél veel inwoners stilstaan bij politiek, nadenken wat de uitdagingen zijn en wat er moet gebeuren. Onze stemtesten werden meer dan 5 miljoen keer ingevuld, mensen kwamen op straat, er werd over politiek gesproken. Politiek leefde nooit meer dan nu. Je kan het eens zijn met wat mensen finaal kozen of je kan er op vloeken, maar wat een belangrijke en waardevolle dag.

Iedereen een stem

Er komt bij die verkiezingen ook een groep aan het woord die we anders niet horen. Je zou denken dat we dat ondertussen zouden beseffen, maar elke keer opnieuw verschiet iedereen zich een ongeluk als die stille groep zich roert. Het is een groep kiezers die weinig aan bod komt in de media, die weinig op straat komt en in peilingen onderschat wordt. Op een verkiezingsdag horen we hun stem zeer uitzonderlijk wel. Alleen al daarom ben ik voor de stemplicht. Want, hoe moeilijk het signaal soms ook is, we kunnen als samenleving maar vooruit als we iedereen mee aan boord houden.

Door de stemplicht horen we op een verkiezingsdag uitzonderlijk de stem van zij die we anders niet horen.

Maar de verkiezingen zijn ook een beperkte vorm van democratie met een aantal grote nadelen. Ten eerste is het signaal dat de burgers geven behoorlijk onleesbaar. Een kiezer stemt voor partijen om allerlei redenen: omdat ze vertrouwen hebben in een politicus, omdat ze het eens zijn met die partij op één standpunt of op een hele reeks, omdat ze de andere partijen niets waard vinden, omdat ze het niet weten … Eén kiezer begrijpen is echt niet evident en vraagt een goed gesprek. Als we er dan zo 8 miljoen samenbrengen, dan is het onmogelijk nog juist te interpreteren.

Het signaal van de burger bij verkiezingen is behoorlijk onleesbaar. Het blijft een (te) beperkte vorm van democratie.

Ieder gekleurd bolletje zijn verhaal

Journalisten schrijven deze dagen pagina’s vol op zoek naar de redenen van de Vlaams Belang-kiezer. Ieder heeft zijn verhaal. Politici framen de winst en verlies van partijen ook zoals het hen uitkomt. N-VA ziet Vlaams-nationalisme als één van de redenen van veel rechtse stemmen. Links interpreteert het als het resultaat van een hard migratiediscours. Maar dat brengt ons bij het tweede probleem en dat is dat we het gewoon niet weten. De vraag wordt niet gesteld aan de kiezer, we hebben er dus samen het raden naar. En op basis van die onbekende en diffuse interpretatie worden er keuzes gemaakt in de coalitievorming en richting gekozen in het beleid.

We zoeken naar redenen om de uitslag te verklaren. Maar de vraag wordt niet gesteld aan de kiezer, we hebben er het raden naar.

Het is alsof ik met mijn vrouw en kinderen wil afspreken wat we de volgende periode allemaal zullen eten. Ik leg hen de keuzes voor tussen vijf supermarktketens. Vervolgens probeer ik zonder verder gesprek te begrijpen wat de keuze voor Delhaize van mijn vrouw betekent. Misschien wil ze eigenlijk heel pikant eten omwille van hun Aziatische afdeling? Of wil ze eigenlijk zeggen dat ik te goedkope wijn koop? En dan ben ik nog niet aan de vraag wie er voor de Spar heeft gekozen en waarom.

Hoe dan ook probeer ik hun verschillende keuzes te interpreteren en dan eten we vervolgens vijf jaar hetzelfde. Want er is nog een derde probleem met verkiezingen. Ze zijn heel tijdsgebonden. Op minder dan een jaar tijd zijn er grote verschuivingen in het politieke landschap. Lokale verkiezingen zijn natuurlijk anders dan nationale of Vlaamse verkiezingen.

Je kan de wanhoop van een aantal partijvoorzitters wel begrijpen, zoekend naar de reden waarom het bij de gemeenteraadsverkiezing nog allemaal goed nieuws leek en diezelfde strategie nu niet meer werkte.

Tot over vijf jaar, of tot binnenkort?

Maar je kan de wanhoop van een aantal partijvoorzitters wel begrijpen, zoekend naar de reden waarom het bij de gemeenteraadsverkiezing nog allemaal goed nieuws leek en diezelfde strategie nu niet meer werkte. Of op nog kortere termijn: een partij die een paar maand geleden nog winst was beloofd, blijkt ondertussen niet aantrekkelijk meer. Die momentopname wordt binnenkort dus gebruikt om beleidslijnen vast te leggen voor vijf jaar, met weinig tot geen mogelijkheden om bij te sturen. Op basis van die verkiezingsperiode beslissen partijen waar we naartoe gaan. Daar moeten we het dan als burger vijf jaar mee doen. Of toch niet?

Ondanks de grote meerwaarde van verkiezingen moeten we deze verkiezingen zien als een startpunt en geen eindpunt van de samenwerking van beleidsmakers en burger. Die kiezer mag je nu niet loslaten. De toekomstige coalitiepartners, wie het ook zijn, zullen de burger nog meer moeten informeren en betrekken bij het beleid. We mogen de burger met al zijn zorgen, maar ook met al zijn kennis, engagement en ideeën niet links laten liggen.

Verkiezingen zijn een startpunt, geen eindpunt van de samenwerking tussen beleidsmakers en burgers.

Als we vijf jaar wachten om van de burger opnieuw feedback te vragen, mag men niet verwonderd zijn van hoeveel mensen ondertussen zijn afgehaakt. Niet dat mensen bereiken tussen verkiezingen zo gemakkelijk is. We moeten tussentijds ook iedereen horen en niet alleen een geïnteresseerde minderheid. We moeten samen met die burger ook naar de lange termijn oplossingen kijken. Die uitdagingen moeten we absoluut aangaan.

Het feest van de democratie ligt nu achter ons en sommigen blijven mogelijk achter met een kater. Maar laat ons stoppen met te veel in de theebladen van de verkiezingen te lezen en de volgende jaren vooral een permanente samenwerking tussen burger en beleid aangaan.

De stemtesten van de verkiezingen herbekijken?

Of ontdek hoe zo’n stemtest nu net werkt.